Geduld
Wachten, wachten, wachten. Elke dag sta ik wel een paar keer ongeduldig met mijn wandelstokken te tikken op de grond. Het is sterker dan mijzelf. Ik weet dat ik me niet op moet winden. De dag passeert vanzelf. Het lukt maar moeilijk om Zen te blijven. Mijn mede wandelaars zijn ster in Zen.
Ze morren of ze zuchten nooit als er weer iemand op het toilet zit, even kwijt is of gewoon met iets heel anders bezig is dan ergens heen vertrekken. Het is ook niet dat ik haast heb. We lopen tien kilometer op een dag en hebben daar eindeloos de tijd voor.
Toch is er iets in mijn binnenste wat zich tijdens het wachten opdraait als een wekkertje dat elk moment af kan gaan. Mijn geduld voor dit leven is ver opgebruikt peins ik. Ik probeer me te spiegelen aan mijn wandelmaatjes en iets van hun onverstoorbaar gemoed in me op te nemen.
Ik ben wel blij dat ik niet de enige met driften ben. Onze sokken die in de zon op een stoel hangen te drogen worden zonder blikken of blozen op de grond gesmeten. Er wil daar wel iemand zitten hè!
Reacties
Een reactie posten