Don’t do this at home

Toet,Toet…… boven ons op de berg staat iemand te zwaaien en te roepen en op de claxon van zijn auto te drukken. Drie honden springen luid blaffend rond. 

Wij staan aan de oever van een wild stromende rivier. De pijlen die de route aangeven staan richting overkant. Het zou best kunnen denkt mijn wandelmaatje, kijk hier is het minder diep. Wanneer we een poging wagen begint het roepen en toeteren opnieuw. 

Ik probeer iets dichter bij de roepende man te komen in de hoop dat ik begrijp wat hij bedoelt. Zullen we jammerlijk verdrinken of is het alleen ongemakkelijk?
Onmiddellijk loopt een van mijn schoenen vol water als ik probeer de eerste helft van de stroom over te steken.

De man wijst op zijn auto en dan naar ons. Een rode vierwielaangedreven bak. Aha hij bedoelt dat we mee kunnen rijden. We kijken elkaar aan, een natte voet en overal water. Wellicht een goed idee om zijn aanbod aan te nemen.

We wuiven en de man stapt in zijn auto, brullend rijdt het bakbeest door de rivier tot bij ons. Is een slimme actie? Verhalen over seriemoordenaars en verdwenen wandelaars waar niks meer van terug gevonden wordt passeren in mijn iets te levendige fantasie. In de verste verte is hier verder geen levende ziel te bekennen.

Al toeterend stuurt de man zijn auto door de rivier tot bij ons. De auto is volgestopt met zakken en pakken. Op de achterbank een plastic tasje waar de olijfolie gezellig in klotst samen met een brood in bruin papier. Op het dashboard liggen zeven eitjes los in een bakje. De auto is viezer dan vies en ook de man staat stijf van het vuil.

Instappen maar wuift hij met zijn hand. Er is zoveel sneeuw gevallen gisteren en nu is de rivier te wild om door te wandelen. De achterklep gaat open en hij schuift wat rotzooi opzij. Eigenlijk zouden we dit niet moeten doen denk ik maar schuif toch mijn spullen naar binnen. Straks gaat hij er met onze rugzak vandoor mompelt de wandelgenoot. Gelukkig lijkt de man niet goed ter been en wij zijn met twee dus wat kan ons gebeuren.

Wanneer we zitten start hij de boel met veel lawaai en geschuif van versnellingspoken. Even mijn broer ophalen zegt ie en we rijden zo de verkeerde kant op. Een beetje ongerust kijken we naar mekaar. Gaat dit wel goed?

Aan de oever van de rivier staat een kleine, ontzettend vieze man te wachten. Hij mag van voren en nu zitten we met twee op de achterbank. Geen idee wie er meer stinkt, de mannen of de inhoudt van de auto. Gelukkig draait de auto nu wel richting de plek waar we moeten zijn. Angstvallig hou ik het tasje met olijfolie in de gaten. Als dat over de bank stroomt krijg ik het nooit meer uit mijn wandelbroek.

Aan mijn voeten zie ik een enorme klauwhamer liggen. Ik zeg met mijn liefste glimlach dat we niet bang hoeven zijn want dat ik deze mannen zo de hersens in kan slaan. De meeste mensen deugen uiteindelijk toch ook stel ik mezelf gerust en schuif de hamer een stukje opzij om mijn voet iets makkelijker neer te zetten.

Wanneer ik bij een onverwachte manoeuvre probeer het handvat bij de deur vast te pakken raken mijn vingers het haar van de bestuurder. Het is keihard. De rit lijkt eindeloos te duren en de eerste ingang van het dorp rijden we voorbij. De man heet Ramon zegt ie, zijn broer zegt niks en klemt zijn handen stevig om het dashboard. 

We zuchten van opluchting als ie uiteindelijk naar rechts de rivier uitstuurt. Hij zet ons af bij de bar en aanvaard ons bedank drankje heel graag. Hij heeft geen idee dat ie net ontsnapt is aan een vreselijke lot waarbij de klauwhamer een belangrijke rol speelde.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Joehoe!

Calma, calma

Opschuifhut