Berg
Dertig kilometer; Van zodra ik wakker ben bonkt het in mijn hoofd. Natuurlijk weet ik best dat je de route stap voor stap moet nemen en vertrouwen op het pad. Vandaag heb ik er een hard hoofd in. De vreselijk zware tocht met afgrijselijke hellingen van gisteren kan ik niet negeren. Voor het eerst kwam de gedachte in me op dat het voor een bejaarde echt niet haalbaar is om zo’n zware tocht te lopen. Ik was pas gerustgesteld toen een van mijn veel jongere wandelcompagnons voorover gebogen met haar hoof op de stokken beneden op me stond te wachten. Het lag waarschijnlijk niet aan mijn leeftijd dat ik deze etappe vervloekte.
Als het goed is bereiken we vandaag Lugo, het eindpunt van deze tocht. Maar eerst moet die dertig kilometer dus nog weggeduwd worden. Het begin van de route is fantastisch, eikenbossen, schaduw, dansend zonlicht op het pad. Met niks stap ik zo een kilometer of vijftien weg. We komen zelfs nog een bar tegen om een koffietje te scoren. Toch zit de angst nog in mijn benen. Straks komt er vast nog een kuitenbijter of een stuk over de hete vluchtstrook van een snelweg. Ik kan maar moeilijk loslaten. We proberen elkaar gerust te stellen want het stuk tot nu toe was prachtig en stapte zalig weg, we zijn al op de helft.
Na 18 kilometer staat er een vrijwilliger in een tentje stukken meloen af te snijden. Hij zwaait enthousiast wanneer we aanstalten maken om te stoppen. Hij heeft zelfs nog een koffie voor ons. Pelgrims houden van mij zegt ie trots als ik hem onze vrijwillige bijdrage ga brengen. Hij wijst met zijn hand en geeft aan dat de komende twaalf kilometer helemaal niks is, we zullen het met onze proviand moeten doen.
Ik ben pas gerust wanneer ik Lugo zie liggen en kan concluderen dat ik het fluitend ga halen. We hebben de noodvoorraad op geen enkele manier aan moeten spreken.
Reacties
Een reactie posten