Up above my head
Er komt een half stokbroodje op een bordje, glutenvrij knikt de mevrouw. We zitten in een wat morsige typisch Spaanse bar. Een plek waar je normaal gesproken drie keer uit moet leggen wat zonder gluten betekent. Ik barst bijkans uit elkaar van verrassing en blijdschap. Ik beleg het stukje brood met kip, sla en een stukje gebakken spiegelei. Geluk kan waarlijk in een broodje zitten.
De regen valt gestaagd. Niet keihard maar wel de hele ochtend. De slik en slobber reikt precies tot aan de bovenkant van mijn schoen. De sokken blijven redelijk droog. Het is mistig. Gelukzalig soppen we bergop bergaf. Het kan ons geen bal schelen. We staan regelmatig stil om het mistige uitzicht te bewonderen.
Zwaar is het wel, 28 km geeft mijn telefoon aan. De laatste vier kilometer gaat over het asfalt, ik vloek binnensmonds maar ben toch hondsdankbaar dat er niemand gaat miepen. Als ik niet oppas ben ik degene die gaat vragen hoeveel ver het nog is. Mijn reisgenoten hebben niet veel communicatie nodig, ze stoppen om uit te zoeken hoe ver we nog moeten stappen. Nog ruim anderhalve kilometer tot het einddoel. Gerustgesteld tik ik driftig verder met de stokken en de schoenen op het asfalt.
In de avond koken we in de herberg. We mikken linzen, drie preitjes, een paprika en een stuk chorizo in de pan: Zalig! Afsluiten met een rijstpapje en een halve magnum. Niks meer aan doen, lintje rond deze dag en inpakken.
Reacties
Een reactie posten