Snor
Het zweet drupt van mijn lijf, ik lik het zout van mijn snor. Ruim negenhonderd meter klimmen met een luchtvochtigheid die grenst aan regen maakt alles klam en doorweekt. Zelfs de rugzak voelt niet meer droog aan.
Na dagen hannesen met de wandelstokken lijk ik eindelijk een soort ritme gevonden te hebben waardoor ik niet struikel over eigen voeten of stokken. Gisteren surfte ik nog een lekker eind naar beneden over de losse steentje. Vandaag geen risico op de glibberige paden, ik houd me recht door mijn stokken woest in de grond te prikken. Er zitten al nieuwe doppen op.
Onderweg branden we een flinke kaars. In een aandoenlijke kerkje waar de offerandes voor Marie in een vitrine liggen. Ik zie een paar witte katoenen kindersokjes, een ring met een paarse steen en een haar elastiekje.
Ik wens mijn vriend een redelijke uitslag en zijn kind een wolk van een baby en prevel ;Andre, andre, arriba, arriba.
Reacties
Een reactie posten