Met gevaar voor lijf en leden
Het plan is om vandaag de boot naar Spanje te nemen. De grote boot ligt eruit gebaard een man. We moeten de andere kant op. Geen probleem, de watertaxi zal jullie naar de overkant brengen. Het is ongeveer 10 minuten lopen. Wanneer we de bocht om komen en wat meer zicht hebben op de monding van de rivier en de oceaan zie ik een klein wit sloepje liggen.
Met vlakke zee zou ik me met plezier laten overzetten, met deze wind zie ik het niet zitten. We keren om. Ik bedenk een verhaal dat de grote boot natuurlijk wel zal varen maar dat de man die ons deze kant op wuifde connecties heeft met de mannen van het bootje waar zo optimistisch “Watertaxi” op staat.
Op de terug weg komen we twee Franse zussen tegen. De een loopt op schattige sandaaltjes en de ander op zilveren teenslippers met een flinke sleehak. We moeten echt mee met het kleine sloepje. De hotelbaas heeft hun vanmorgen vertelt dat de overzet in het centrum eruit ligt.
De mannen die het bootje besturen roepen al van ver naar ons. Kom maar af. Van de steiger op het wiebelige bootje stappen is al geen sinecure. Ik geef eerst de rugzak en spring er daarna zelf achteraan. Samen met de Franse zussen moet ik vooraan zitten. We krijgen allemaal een oud zwemvest omgehangen. Het hoeft niet dicht, gewoon omhangen.
Ik schat dat ik zonder rugzak wel in staat zal zijn mezelf drijvende te houden. De zussen hebben er geen vertrouwen in. Ze gaan in de weer met de halfvergane riempjes. In mijn beste Frans Probeer ik uit te leggen dat ik ze wel boven houdt. Ik doe wel stoer maar zie ons hier al kapseizen en de oude buitenboord motor ziet er ook niks betrouwbaar uit.
Wanneer de boel vol genoeg is volgens de schipper steken we van wal. Witte koppen op de golven en de motor giert op volle toeren. Na twintig meter ben ik al kletsnat en ook de zussen die naast me op het bankje zitten houden het niet droog. Op weg naar Lampedusa giechelen ze zenuwachtig. Natuurlijk in niks te vergelijken maar de galgenhumor houdt de angst op afstand.
Na een bange tien minuten worden we op het strand gezet. Een beetje bibberig staan we het zand van ons af te kloppen en de schade op te nemen. We zijn allemaal doorweekt maar nog helemaal heel.
We stappen een stukje op met de Franse dames. Ze vertellen dat ze echt niet op van die boutines kunnen stappen. Nee ongelofelijk dat ik dat doe. Gisteren zijn ze aan de tocht begonnen en ze liepen dertien kilometer. Zeker, op deze schoenen, ze waren wel moe. Ze vinden wel dat we veel te snel lopen. We nemen hartelijk en met een beetje spijt in het hart afscheid want van schoenen hebben ze misschien geen verstand maar er was een prachtig droevig verhaal met veel drama over een man. Ik had het graag willen horen maar na twintig minuten voortschuifelen was de koek op.
Reacties
Een reactie posten