Plof
Met een flinke smak stort ik ter aarde. Van schrik laat ik een protje. Net een levensgevaarlijke afdaling achter de rug met akelig scherpe rotsen, ga ik hier op dit relatief gemakkelijke stuk onderuit. De val gaat zo langzaam dat ik met gemak een ongeluk met mijn tanden kan voorkomen. Mijn armen vangen de val op.
De jongen die net zo liefdevol een appeltje voor me schilde op een terras komt aangesneld. Ook de kompanen komen op hun schreden terug. Met man en macht worden de rugzak en ik op de benen gezet.
Of ik ok ben? Snel scan ik het lijf. Alles doet het nog, mijn pink een beetje geplet maar nergens bloed. Het ego is wat gebutst, dat gaat vanzelf weer over. Van mijn schoonzus mag ik ik een wandelstok gebruiken om te voorkomen dat ik weer over mijn eigen voeten struikel.
Reacties
Een reactie posten